Woonwagenbewoners uit Roosendaal in actie voor meer standplaatsen

ROOSENDAAL - Woonwagenbewoners uit Roosendaal demonstreerden maandagochtend voor het Stadskantoor voor meer standplaatsen. De bewoners zeggen dat ze door de gemeente al jaren aan het lijntje worden gehouden en willen nu duidelijkheid. 

Ruim 30 jaar wachten de Roosendaalse woonwagenbewoners op nieuwe standplaatsen. Actiewoordvoerder Toon van der Ven woont inmiddels negen jaar noodgedwongen in een huurhuis. “Ze blijven maar beloftes doen. Vorige week kreeg ik een mail van de wethouder dat er over twee maanden misschien uitsluitsel zou zijn. Donderdag heb ik een mail gehad dat er eind volgende week op bestaande locaties misschien al uitbreiding kan komen. Maar het is allemaal maar misschien en het wordt iedere keer vooruit geschoven", aldus Van der Ven.

Cultureel erfgoed

Van der Ven voelt zich niet gehoord en zegt dat hij door de gemeente van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Daarom besloot hij samen met andere woonwagenbewoners in actie te komen. "We zijn erkend cultuurerfgoed van Nederland, maar zo ziet de gemeente dat niet. In Bergen op Zoom zijn ze al volop aan het bouwen. Daar kunnen in januari de mensen al terug de woonwagen in. Maar de gemeente Roosendaal blijft het op de lange baan schuiven.”

Wachtlijst

De verhuur van de woonwagens loopt via de Stichting Woonwagenbeheer Zuidwest Nederland. De stichting is eigenaar van 76 standplaatsen in Roosendaal. Er staan 55 mensen op de wachtlijst voor een plaats in Roosendaal. “Onze kinderen worden ook ouder, die komen er over een paar jaar ook bij. De meesten van ons wonen noodgedwongen in huizen, want je wil toch een gezin stichten. We willen allemaal zo snel mogelijk terug de wagen in. Al 30 jaar wachten wij op standplaatsen in Roosendaal. Er is nooit een plekje bijgekomen", vertelt Van der Ven.

Duidelijkheid

Volgens de actievoerders worden er in Roosendaal genoeg huizen en villa's gebouwd, maar voor extra woonwagenstandplaatsen is er geen plek. Van der Ven: "Er wordt geen rekening gehouden met onze bevolking. We willen duidelijk op papier wanneer die standplaatsen eindelijk komen en wanneer wij ook terug kunnen naar de woonwagens. Dat we onze cultuur voort kunnen zetten met familie.”